Zoeken
  • novatore

Topsport, trainen en Tokio 2021 (deel 2)

Bijgewerkt op: mrt 10

Maureen Koster (28) en Femke Pluim (26) hebben veel gemeen, ook dat ze beiden in Gouda geboren zijn. Ze kozen binnen de atletiek elk hun eigen tak van sport. De één slingert zich via de polsstok over 4.55 meter. Zo hoog als twee etages. Maar ze is niet snel tevreden: het moet nóg hoger. De ander loopt op verschillende afstanden zo snel dat de camera’s haar met moeite bijhouden. En toch moet het nóg sneller.


Twee leuke meiden. Gepassioneerd en gedreven. Femke studeerde bewegingstechnologie en Maureen rechten. Beiden hebben een aanstekelijke lach. En één gezamenlijke sponsor: Novatore.

Een gesprek over wat ze allemaal voor topsport moeten doen en soms moeten laten.



Wat zijn eigenlijk de wezenlijke verschillen tussen jullie takken van atletiek? Maureen: ‘’Hardlopen draait om tactiek en niet om wie vooraan loopt. Sommige hardlopers hebben een eindsprint. Anderen niet. Op een gegeven moment ga je dus tijdens de race inschatten wie wat gaat doen. En daar ga je op reageren. Sommigen blijven hangen, want die kunnen goed sprinten. Het is daarom altijd van belang dat je weet tegen wie je loopt. Daar pas je dan je eigen strategie op aan en je positie in de wedstrijd. Vooral de 1500 meter is hersenwerk. Je kan verliezen doordat je een tactische fout maakt. Heeft dan niks met snelheid te maken.’’ Femke: ‘’Presteren bij polsstokspringen is meer een mentale zaak. Je moet niet bang worden onderweg, want dan wordt het oprecht gevaarlijk. Je moet het dus altijd uit overtuiging doen. Kijk, je kan niet op 70% sprinten. Je moet gelijk als een jekko gaan. En de kick van de wedstrijd is die zwaardere stok, want die past bij de adrenaline. Trainen doe je met een stok die lichter en flexibeler is.’’

Maureen: ‘’Je levert op de training nooit wat je in een wedstrijd levert. Mentaal ontbreekt dan de tegenstander. Naar wedstrijden moet je toeleven… dagen, weken. Het wordt me genoeg gevraagd: kan je niet ergens in je eentje je limiet gaan lopen? Maar dat is onmogelijk. En dat begrijp je alleen als je het zelf doet. En toch is trainen meer pijn lijden dan de wedstrijd. Want juist door de adrenaline kan je de wedstrijd aan. Daarom is deze coronatijd zo verschrikkelijk, want je hebt geen doel om naar toe te werken. En toch moet ik kilometers maken. Dus ik heb echt wel eens jankend op de baan gestaan terwijl ik dacht: het gaat ‘m vandaag niet worden. En dat zet je dan ’s avonds niet op je Instagram.’’ Femke: ‘’Ik heb ook best vaak in een sleur gezeten en dan was ik moe. Dan keek ik in mijn agenda en cancelde voor de volgende dag alles. Of ik was chagrijnig. Maar het gekke is: toen ik mijn blessures had overleefd, en dat was een vreselijke tijd waarin ze me zelfs skischoenen aansmeerden, merkte ik toch dat ik op de baan ineens veel vrijer was. Ik vond het weer leuk. Kon weer genieten van de kleine dingen. En dan is het ’s avonds thuis ook weer lekker eten. Met andere woorden: ik zag ineens blessurevrij weer hoe waardevol alles was. Achteraf ben ik gewoon blij dat ik een poosje geblesseerd was. Goed voor de mindset. Je leert er door dealen met blessures. Vóór die tijd kon ik mezelf met veel kleinere blessures superzielig vinden.’’ Maureen: ‘’Als ik aan het lopen ben, wil ik bijna geen gedachten hebben. Als je gaat malen, zit je niet in de wedstrijd. En dat beetje denkwerk dat je hoofd nu eenmaal automatisch toelaat, gaat over pijn en fit voelen. Momentopnames. En die moet je zien te parkeren, want het positivisme moet overheersen. Als je voortdurend denkt: het is zwaar, zwaar, zwaar, dan wordt het ook zwaar. Daar word je knettergek van. Je moet gewoon rennen tot je echt niet meer kan. Verstand op nul. Daarom is trainen zo zwaar, want je moet nu eenmaal die kilometers maken. Liefst nog drie rondjes extra.’’ Femke: ‘’Ja, Maureen kan echt als een hersenloze uren maken. Knap. Bewonderenswaardig knap zelfs. Ik veel minder. En toch geloof ik, en dat blijf ik geloven, sterker nog: ik móét blijven geloven dat ik beter ben dan mijn record van 4.55. Maar dat is nog nooit bewezen. Want er moet altijd een soort geluksfactor overheen komen waaruit dat dan blijkt. Maar je moet altijd blijven denken dat je het kan. Want doe ik dat niet en ik train een jaar lang om 4.56 te halen, dan heb ik het jaar daarop geen zin meer in. Logisch. Ik doe dit allemaal niet voor 1 centimeter.’’ Spelen voeding en gewicht een rol? Femke: ‘’Toen ik jonger was, was ik een gedisciplineerde eter en stond ik ook in contact met een diëtiste. Maar ik werd niet gelukkig van een heel schema. Ik had ook nooit de gedachte dat ik vier centimeter hoger zou kunnen springen met drie komkommers per dag. Ik doe dus niet aan diëten. Ik eet gezond. Want als ik bij mijn ouders ben, is het niet zo van: oh, Fem komt, nu moeten we dit en nu moeten we dat. Er zijn veel sporters die wél zo leven, maar ik niet. Als ik een kilo zwaarder ben, neem ik een andere stok.’’ Maureen: ‘’Als hardloper moet je dun zijn, maar net niet te dun om overeind te kunnen blijven staan om te lopen. Tot hoever ga je? Ja, zeg het maar. Sommigen zijn daar inderdaad enorm op gefixeerd. Ik ben daar veel minder mee bezig, want ik wil me behalve fit ook sterk voelen. Ik vind het ook wel gewoon prettig om lekker te eten. Ik denk dat timing van de voeding veel belangrijker is.’’ En nu op weg naar Japan. Maureen: ‘’Ja maar, eerst plaatsen en dan genieten als ik er ben. Ik denk ook dat ik straks veel trotser zal zijn dan vier jaar terug in Rio, maar vraag me niet waarom.’’ Femke: ‘’Ik voel me in elk geval sterk. En dat is een belangrijke eigen constatering. Ik heb me best heel lang afhankelijk gevoeld doordat anderen dan zeiden dat het goed ging. Maar op een gegeven moment heb ik geleerd in de spiegel te kijken en mezelf af te vragen: kan ik dat misschien zelf ook beoordelen? Ja dus! Dat maakt je toch een stuk minder afhankelijk.’’ Prognose voor Tokio? Maureen: ‘’De finalewedstrijden halen.’’ Femke: ‘’Wat wil je horen?’’ Een sprong van 4.80. Femke: ‘’Ja joh, doe maar. Ik gooi me er wel overheen.’’


Lees hier verder over wat hoe topsport in zekere zin lijkt op het bedrijfsleven. Het grootste sportevenement in de wereld de “Olympische Spelen” zou in 2020 op 24 juli door Tokyo georganiseerd maar werd wegens het coronavirus (COVID-19) een jaar uitgesteld naar de zomer van 2021.


De exacte nieuwe data voor de Zomerspelen zijn van 23 juli tot en met 8 augustus 2021.



31 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven